Toelichting

    Tussenkomst vervoerskosten

    Voor wie?

    De rechthebbenden op de zorgpremie kinderen of de zorgpremie volwassenen tot de leeftijd van 65 jaar.
    Het netto belastbaar inkomen van de rechthebbende of diens ouders mag niet hoger ligger dan 38 000 EUR.

    Indien de rechthebbende meerderjarig is, wordt uitsluitend rekening gehouden met zijn netto belastbaar inkomen, ongeacht de gezinssamenstelling.

    Indien de rechthebbende een minderjarige is, wordt uitsluitend rekening gehouden met het netto belastbaar inkomen van diens ouders, ongeacht de gezinssamenstelling.

    Voorwaarden

    De tussenkomst vervoerskosten wordt enkel verleend voor het vervoer naar een onderwijsinstelling of een semi-residentiële voorziening voor personen met een handicap voor hun tewerkstelling of dagbesteding (dagcentra, tehuizen werkenden, tehuizen niet-werkenden, internaten en semi-internaten, tehuizen voor kortverblijf).

    De vervoerskosten moeten geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de rechthebbende.

    Bedrag

    De tussenkomst vervoersonkosten bedraagt 0,092 EUR/km met een maximum van 1 715 EUR per jaar. Indien de rechthebbende gebruik maakt van het openbaar vervoer en zelf moet bijdragen in het georganiseerd vervoer van de voorziening, worden de werkelijk betaalde onkosten terugbetaald. Ook dan geldt echter het maximum van 0,092 EUR/km of 1 715 EUR per jaar.

    De berekening van de tussenkomst vervoersonkosten gebeurt op basis van de wettelijke afstand naar de betreffende voorziening. Per dag wordt voor maximaal 2 ritten een tussenkomst uitbetaald.

    Hoe aanvragen

    De aanvraag moet vóór 1 september 2020 ingediend worden bij het Sociaal Huis of digitaal via dit formulier.
    De aanvraag mag enkel betrekking hebben op het voorbije jaar (1 juli 2019 tot 30 juni 2020).

    Bij de aanvraag dient u volgende documenten te voegen:

    • uw laatste aanslagbiljet voor de personenbelasting;
    • een verklaring van de directie van de voorziening betreffende de organisatie van vervoer en de bijdrage van de personen met een handicap;
    • de bewijsstukken van betaald vervoer wanneer dit werd verricht door derden of de vervoersbewijzen van het openbaar vervoer.